Skip to content

Digital Sketches

digital citizen media, ict with a focus on Central Asia and the Middle East.

Category Archives: digital technology

Bassel_iPad_liggend

Beschaafd bravoure, dat tekent Bassel. Kalm, zonder zijn stem te verheffen, staat hij vaak in het middelpunt. Mensen willen naar hem luisteren. Op zijn gemak houdt hij een presentatie over abstracte zaken zoals Creative Commons, vaak doorspekt met sprekende voorbeelden en subtiele grapjes.

Hij is niet alleen slim en charmant maar ook een spanningszoeker die de nieuwste telefoon van Samsung wil testen, die de snelste wil zijn op de jetski voor de kust van Beirut. Bassel zal als eerste het wachtwoord van het wifi netwerk van het hotel kraken terwijl hij ondertussen de blikjes bier uit de koelkast soldaat maakt.

Dit verhaal biedt een blik achter de schermen van het eerste revolutiejaar in Syrië. Deze uitgave van uitgeverij Fosfor is de vierde longread – langer dan een tijdschrift­artikel, korter dan een boek.

Billboard

Bassel, van nerd tot spil in het Syrische verzet tells the true story of the turbulent life of a young Syrian digital activist. Eventually Bassel has to pay a heavy price, as many with him.
 
A message from Bassel to the participants of the Arab Bloggers Meeting (20-24 January 2014, Amman)

Advertisements

Bassel kon niet bij deze presentatie zijn maar ik weet zeker dat hij hiervan enorm zou hebben genoten. En dan vooral van het feit dat zijn verhaal in de vorm van een app is verschenen. Donderdag 19 december vierden we het uitkomen van het verhaal ‘Bassel, van nerd tot spil van het Syrisch verzet’ in de Makersspace ZB45. Een toepasselijke locatie omdat Bassel een soortgelijke werkruimte in Damascus heeft opgezet – de hackerspace Aikilab. Het verhaal in de app biedt een blik achter de schermen van het eerste revolutiejaar in Syrië. Deze uitgave van uitgeverij Fosfor is de vierde longread – langer dan een tijdschrift­artikel, korter dan een boek.

Inleidend sprak Anne Salomons (Wegener) met Carolien Roelants (NRC) over het dagelijkse nieuws uit en over Syrië waarna ik haar een eerste exemplaar (in de vorm van een code tot het e-book) aan Carolien overhandigde.

Vervolgens was de bar open.

Plus als toetje; een mooi voorpublicatie in Vrij Nederland

_DSC0001 _DSC0022 _DSC0036 _DSC0041 _DSC0033_DSC0048 _DSC0049 _DSC0057 _DSC0059 _DSC0063 _DSC0064 _DSC0067

Foto’s: John Betzema

Meer informatie

Nederland wil – aldus minister Rosenthal vorige week – dat de internationale gemeenschap Syrische militairen aanmoedigt over te lopen naar de oppositie tegen president Assad. Tevens wenst de minister de Syrische oppositie steunen met communicatie apparatuur.

Een precair standpunt omdat de oppositie in Syrië niet bestaat en het onderscheid tussen humanitaire en militaire steun een strikt theoretisch gegeven gezien de dagelijkse Syrische praktijk. Ten tweede is satelliet apparatuur in de handen van een leek gevaarlijk. Zoals tot slot is de beoogde snelle en grootschalige aanpak – zoals het verstrekken van honderden telefoons – een riskante onderneming die mensenlevens kan kosten.

Laten we zo’n Nederlandse satelliet telefoon eens volgen. Nederland voert de telefoon in vanuit de buurlanden – Turkije, Libanon of Jordanië. Het grensgebied rondom Syrië is uiterst poreus en smokkelaars hebben sinds jaar en dag vrij spel. Smokkeltransporten zijn steeds vaker voorzien van een bewapend escort omdat Syrische beveiligings- en Hezbollah eenheden in het grensgebied jagen op smokkelaars en pogen de waar – van medicijnen, telefoons tot wapens – te onderscheppen.

Het lukt onze telefoon ongeschonden Syrië binnen te komen. Daar gaat hij naar de vreedzame oppositie. Maar wie is dat? Naar ‘iemand’ want officiële organisaties – buiten die aan de staat zijn gelinieerd – zijn er niet in Syrië. De telefoon gaat naar een vertrouwenspersoon. Dat kan een dokter zijn die drie gewonden in een ambulance via een veilige route door de stad naar een als operatiekamer ingerichte huiskamer probeert te loodsen. Een burger die het laatste nieuws uit zijn stad aan een buitenlandse journalist wil doorgeven. Maar de telefoon kan even gemakkelijk belanden bij een soldaat van het Free Syrian Army die zijn maten belt aan de andere kant van de wijk om de overval van een militair konvooi voor te bereiden. De chaotische omstandigheden vergen continue improviseren. Het is onnavolgbaar in wiens handen onze telefoon belandt. De telefoon kan dus zowel een humanitair doel dienen en mensenlevens redden. Maar ze kan net zo eenvoudig worden gebruikt voor het organiseren van gewelddadige acties. Wapens en mobiele communicatie apparatuur, dus ook onze Nederlandse telefoon, zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Met het leveren van deze hardware begeeft Nederland zich op een glijdende schaal en sukkelt het zo een oorlog in.

Daarbij is een satelliet telefoon een specialistisch toestel. Om contact te maken moet de gebruiker hoger staan dan zijn omgeving, bijvoorbeeld op het dak. Ook mag de verbinding niet langer dan een paar minuten in de lucht zijn omdat het Syrische leger rondrijdt met detectie apparatuur om deze telefoons op te sporen. Zo is een lijstje op te stellen waaraan de gebruikers zich uiterst gedisciplineerd en consequent behoren te houden omdat de telefoon hun positie kan verraden. De veelal jonge, los georganiseerde activisten hebben deze discipline niet. Er zijn bewijzen dat de satelliet telefoon Marie Colvin – oorlogsveteraan in de journalistiek – het leven heeft gekost. Zonder een korte, effectieve training – inclusief een Arabische handleiding – is het bezit van een satelliet telefoon in Syrië momenteel bloedlink.

Het staat buiten kijf dat de vreedzame oppositie steun nodig heeft. Zij is echter het meest gebaat bij stille diplomatie en op kleine schaal zo veilig mogelijk opereren. Precies het tegenovergestelde van de aanpak van minister Rosenthal. Hij laat weten dat Nederland communicatie apparatuur zal leveren. Zijn ministerie pakt het groots en voortvarend aan en wil honderden satelliet telefoons, modems en notebooks beschikbaar stellen. Dat oogt doortastend en spreekt zeker tot heldhaftige verbeelding. In de rommelige praktijk van een bijna burgeroorlog kan dit vies tegenvallen. Het verlenen van praktische steun in Syrië betekent een lange termijn aanpak, vertrouwen winnen en zorgvuldig werken, gelijk dat van een horlogemaker.

‘Western governments are investing millions to keep human rights activists online in countries like Syria, Iran and China. They’re giving citizen journalists the technology to skirt the surveillance and disruption of data traffic by repressive regimes. But despite this aid, Europe and the US are accused of hypocrisy on internet freedom.’

You can read the article on the Radio Netherlands Worldwide website

Omhelzingen met vertrokken monden, waterige ogen. Het huilen lijkt velen nader dan het lachen bij binnenkomst van de Cite de Scienes in Tunis. ‘We were right. It was worth the risk. We did it.’ De meesten zien elkaar voor het eerst sinds de revoluties van het volk deze lente. Voor anderen is het een weerzien sinds de vorige Arab Bloggers Meeting, in 2009 Beirut. Uit meer dan 15 landen zijn deze circa 100 bloggers en techies weer verzameld.
Twee jaar geleden kwamen ze bij elkaar in een hotel in Beirut; internetgeeks met een visie. De buitenwereld, geen enkel medium, was geïnteresseerd. Hoe anders is de situatie nu, na de zogenaamde Arabische lente. Door het inzetten van social media zoals Facebook en Twitter zijn de Arabische nerds moderne helden. Nu geven onder andere AlJazeera, BBC, Der Spiegel acte de presence op deze Arab Bloggers Meeting (AB11) .Na een publieke eerste dag, volgen drie besloten dagen met een ‘barcamp’ karakter. Iedere aanwezige kan een idee/workshop/kwestie – of wat je ook op je lever hebt- presenteren. Een laagdrempelige aanpak die werkt bij deze eigenwijze types.

Het is wonderlijk ‘off duty’ te zijn; zowel voor hen als voor mij. Er is veel dat aanleiding geeft tot een vervolg. Ik waarschuw voor mijn ‘out of office’ bericht vanaf mijn Hivos adres: afwezig tot 1 Jan 2012. Deze maanden focus ik me op Syrië. Een focus beperkt maar geeft ook rust en vrijheid. Deze gerichtheid op een land doet beseffen hoe weinig ik weet, zelfs als redelijk ingevoerde buitenstaander.
Nog twee rondes van workshops, een afscheidsfeest vanavond en AB11 is voorbij. Dat wordt afkicken. Vervolgens heb ik twee dagen om iets  van Tunis te zien. Om mijn spatjes koloniaal bloed niet te verloochenen, doe ik dat vanuit Grand Hotel de France.

Published on Hivos-Knowledge-Programme (ENG)

Als internet geen keuze is maar enige optie

‘De discussie over de gevolgen van internet voor de democratie is nog niet afgelopen’. Met deze algemene conclusie gaat het opiniestuk ‘Internetsurveillance’ van Evgeny Morozov in NRC(15 January, 2011) uit als een nachtkaars. Zijn betoog keert zich tegen ‘internetapostelen’ die geloven dat van internet uitsluitend een democratiserende werking kan uitgaan en dat ‘internet ons tot hypertolerante wereldburgers’ zou maken. Er zijn echter weinig mensen die de hoogmis van internet en democratie nog zingen.

Overheden – autoritaire èn democratische – willen meer grip op internet. Morozov beschrijft het Russische amusement bombardement, de geavanceerde Iraanse blokkades en filtersystemen en de Amerikaanse inspanningen om Wikileaks het zwijgen op te leggen. Deze donkere kant van internet is één – belangrijke – kant van het verhaal die terdege veel aandacht behoeft. Het is echter te makkelijk om het medium eendimensionaal als bedreigend te beschrijven.

Het is waar; voor het vijfde jaar op rij zijn politieke rechten wereldwijd op hun retour. Freedom House rapporteerde onlangs dat met name China, Egypte, Iran, Rusland en Venezuela repressieve maatregelen uitbreiden zonder enig protest van betekenis van de democratische wereld. (NRC, 13 januari) Het Amerikaanse instituut ontwaart zorgelijke ontwikkelingen op internet in Azië, de voormalige Sovjet republieken en Latijns Amerika. Overheden grijpen in door websites af te sluiten, webloggers op te pakken of door de internetsnelheid opzettelijk laag te houden zoals in Iran.

Met eenzijdig somberen doen we geen recht aan de positieve bijdrage die het relatief jonge medium internet levert aan toegang tot informatie en daardoor ook aan het proces van democratisering. Spreekwoordelijk is de Keniaanse student die artikelen voor zijn scriptie bij elkaar zoekt in de Library of Congress in Washington. Door internet, en vooral de web 2.0 mogelijkheden, kunnen burgers berichten relatief eenvoudig en vooral goedkoop publiceren en verspreiden. Birmese bloggers hebben, niet zonder risico, foto’s on line gezet van het overstromingsdrama in hun land. Een politie inval bij een homo-organisatie in Kyrgystan was binnen een paar uur de wereld rond en Twitter speelt een cruciale communicatierol bij de protesten in Tunesië.

Continue reading this article ›